Bijzonder uniform voor Kazemattenmuseum

Een uniform met een wel heel bijzonder verhaal erachter werd op vrijdag 4 september jl. overgedragen aan het Kazemattenmuseum.
Na 80 jaar krijgt het museum het uniform, bestaande uit een jas, broek en overjas, uit handen van de familie De Jong uit Harlingen.
Het uniform was van sergeant-majoor instructeur Bauke de Jong, die op een tragische wijze op 11 mei 1940 de dood vond.
Toen de oorlog begon was hij, samen met 650 andere soldaten, gelegerd in de Wonsstelling, een verdedigingslinie tussen Zürich en Makkum. De inval van de Duitsers kwam onverwacht. De soldaten die moesten vechten in de Wonsstelling hadden nauwelijks bescherming. Daar moesten ze zelf voor
zorgen. Van hout en aarde maakten ze een “kazemat” die hun bescherming moest bieden tegen de Duitse aanvaller. De meeste soldaten hadden er niet veel vertrouwen in dat ze goed beschermd waren tegen geweervuur van de vijand.
Het werd Bauke de Jong allemaal teveel. Sergeant-majoor Bauke de Jong kon op een gegeven moment de spanningen niet
meer aan en schoot op een burger en een soldaat. Die raakten gewond. Daarop is Bauke de Jong op 11 mei 1940 door Nederlandse soldaten neergeschoten en aan zijn verwondingen overleden.
Klaas de Jong, zoon van Bauke de Jong, heeft het uniform van zijn vader overhandigd aan Wim Stienstra, conservator van het
Kazemattenmuseum. De overhandiging vond plaats in het Kazemattenmuseum, voor het herdenkingsmonument waarop ook de naam van Bauke de Jong staat.

Omrop Fryslân was hier bij aanwezig. Bekijk de opnames hier.

Facebook

Comments Box SVG iconsUsed for the like, share, comment, and reaction icons

Vandaag, 17 september, is het 76 jaar geleden dat Operatie Market Garden begon.

In het Airborne Museum Hartenstein is een stuk behang te zien dat door de Britse sluipschutter Anthony Crane werd gebruikt om bij te houden hoeveel Duitse soldaten hij had gedood of verwond. In een interview dat later in zijn leven werd afgenomen gaf Crane aan dat hij het heel moeilijk vond om mensen neer te schieten. Het schrijven op het behang was iets dat hij deed om zich dapperder te voelen.

De Slag om Arnhem (17-26 september 1944) was een onderdeel van Operatie Market Garden. De gedurfde poging om een snelle doorsteek naar het hart van Nazi-Duitsland te forceren, kwam bij Arnhem tot stilstand. De Slag om Arnhem trof de stad diep in het hart en veranderde Arnhem voorgoed. De hevige gevechten en beschietingen verwoestten de gehele binnenstad. De Rijnbrug van Arnhem bleek in september 1944 'een brug te ver'. Met fenomenaal uitzicht op de wereldberoemde John Frostbrug vertelt Airborne at the Bridge de persoonlijke verhalen van de Britse luitenant John Grayburn, de Duitse Hauptsturmführer Viktor Eberhard Gräbner en de Nederlandse kapitein Jacob Groenewoud die op deze plek vochten en sneuvelden tijdens de slag om Arnhem.
... Lees MeerLees Minder

Jarenlang was het Administratiegebouw in Huisduinen, gebouwd door de Duitse bezetter, een omstreden herinnering aan het oorlogsverleden van de stad Den Helder. Maar nu deze zwarte bladzijde steeds verder achter ons ligt, komen er nieuwe impulsen om de herinnering aan de betekenisvolle periode in onze geschiedenis levend te houden. Met de realisatie van het Atlantikwall Centrum is een lang gekoesterde wens in vervulling gegaan.

Op 13 mei 1940 openden Duitse troepen het vuur op de moderne Stelling Kornwerderzand, onderdeel van Kazemattenmuseum Kornwerderzand. Vervolgens zonden de Duitsers verkenners en stoottroepen per fiets de Afsluitdijk op. Kapitein Boers was tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 commandant over de stelling. Dit was een van de weinige plaatsen in West-Europa waar de Duitse troepen tijdens de Blitzkrieg niet wisten door te breken.
... Lees MeerLees Minder

Op 13 september 1944, overmorgen precies 76 jaar geleden, vertrok het laatste grote transport vanuit Westerbork met 279 Joden naar Bergen-Belsen.

Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft een ontroerende schenking ontvangen. Het betreft het spaarpotje van Wilhelmina Wolf (1938) uit Noordbroek. Vlak voordat zij en haar moeder zich meldden voor deportatie naar kamp Westerbork, bracht haar moeder het spaarpotje van Wilhelmina naar burgemeester Sjoerd Edema. Wilhelmina en haar ouders overleefden de oorlog niet, ze werd op drie jarige leeftijd vergast in Auschwitz. De burgemeester bewaarde het spaarpotje jaren in de lade van zijn bureau. Zijn dochter besloot het spaarpotje te schenken aan het museum.

Met het Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch heeft een van de zwartste bladzijden in de geschiedenis van de bezettingsjaren eindelijk een vast plek gekregen. (School)groepen en individuele bezoekers maken in het Herinneringscentrum kennis met de bijzondere leefgemeenschap die Het Apeldoornsche Bosch vanaf de oprichting in 1909 rijk was en met de afschuwelijke manier waarop daaraan een einde kwam.
... Lees MeerLees Minder

Laadt meer